Dag 131, ploegentijdrit

Ik zie gelijk dat jij het bent, die fietser voor me met die onverzorgde haren en dat iets te oude glimmende blauwe pak. Ik verwacht je hier helemaal niet, schat je eerder in als treinende forens uit Almere, maar je bent het, geen twijfel mogelijk. Ik heb echt geen zin in je. Paar weken terug trof ik in de fietsenstalling ook al een collega die toevallig dezelfde kant op moest. Bij de Amstel waren we uitgepraat en verzon ik dat ik nog even linksaf moest. Met een enorme omweg kwam ik een half uur later dan normaal thuis. Helemaal uitgeput.

Je fiets niet al te hard. Hoezeer ik me ook inhoud, je achterwiel komt steeds dichterbij. Deze situatie is onhoudbaar. Veinzend links iets heel interessants te zien trap ik je pijlsnel voorbij. Links, recht, links, rechts…. Zweet parelt over mijn voorhoofd. Ik kijk recht vooruit, draai niet teveel. Het moet echt lijken alsof ik je niet gezien heb. Bij de Stopera waan ik me veilig, ga snel de Blauwe Brug over en kijk stiekem achterom. Je bent in geen velden of wegen meer te bekennen. Mijn shirt plakt in een natte streep op mijn rug.

De dag erna groet je me als ik het kantoor binnenloop. ‘Hé sprinter, had je me niet gezien?‘ Ik ontken stamelend verrast. ‘Jou gezien? huh? Waar dan en wanneer? Langs de Amstel? Nee echt niet gezien. Wat deed jij daar dan? En ik ging je hard voorbij? Goh! Kunnen we de volgende keer wel samen opfietsen’.

De dagen erna let ik goed op hoe laat mijn collega vertrekt en wacht dan minimaal een half uur voor ik zelf ga. Ik ben niet asociaal ofzo hoor, maar de ploegentijdrit is gewoon nooit mijn specialisme geweest.


1 Comment

  1. Leon

    Wie-o-wie is hier nu het lijdend voorwerp?

Leave a Comment